maandag 24 december 2012

Toen het nog echt kerst was

Kerstavond (24-12-2004 22:12):

Vroeger had het iets heel bijzonders, bijna mysterieus.
Het was de avond dat we bijna even laat op mochten blijven als met oud en nieuw.
Om 11 uur haastte het hele dorp zich naar de kerstnachtdienst.
Zaten er op een gewone zondag pakweg 35 mensen in de kerk.
Op kerstavond puilde de kerk uit.
Hervormd, gereformeerd, katholiek, het maakte even helemaal niet uit.

Stoelen werden in het gangpad bijgeschoven en wie nog geen plaatsje had mocht aanschuiven bij de kerkeraadsleden naast de kansel.

Het licht was gedempt om de enorme versierde kerstboom goed uit te laten komen.
De straatlantarens zetten de gebrandschilderde ramen in een geheimzinnig, bijna heilig licht.
De banken waren even hard als altijd, maar de warme ouderwetse kerkverwarmingspijpen waar je je voeten bijna aan brandde door je schoenzolen heen, maakte ons soezerig.

Kerstavond was bijzonder, één uurtje leek het hele dorp één te zijn.

De dominee vertelde een prachtig verhaal en er werd veel gezongen.

Het “ere zij God in den hoge” was mijn lievelingslied.
Als we dat zongen had ik altijd het gevoel dat er geen eind aan kwam.
Zo mooi, het leek wel alsof we steeds verder de hemel in zongen.

Luidkeels probeerde ik met mijn kleine sopraantje net zo hard als mijn vader te zingen.
Mijn vader kon bijna het hardste zingen van de hele kerk.
Alleen de organist boven bij het orgel zong nog harder, de gemeente aansporend het door hem gekozen tempo aan te houden.
(Pas veel later zou ik beseffen dat hard niet persé mooi betekent.)

Na het laatste amen schuifelde dan de hele gemeente weer stapje voor stapje naar buiten, wij altijd als laatste omdat we een vast plekje voor in de kerk hadden.

Ik heb het nog lang volgehouden deze jaarlijkse kerstavondbezoekjes aan de kerk.
Maar langzaam verdween de magie.
Ik verhuisde van voor in de kerk vlakbij de glinsterende kerstboom, naar achter in de kerk in het donker onder het balkon.
Er kwam een dominee die het “ere zij God” te langdradig vond en verving door een ander lied.

Een aardige man die moeilijke verhalen vertelde vol verwijzingen naar boeken die ik niet gelezen had en geleerden die ik niet kende.
Langzaam verloor ik mijn kinderlijk vertrouwen in- en uiteindelijk ook mijn geloof in God.


In de kerk voel ik mij al lang niet meer thuis.
Maar vraag je me wat voor mij echt kerst was, dan is daar toch de herinnering aan dat kleine meisje, in die grote kerk, die zich, luidkeels gloria zingend, op die kerstavonden, heel even, innig verbonden voelde met al die mensen om haar heen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen