Laatst kreeg ik tijdens het sporten even een schouderwrijfje van een jonge fysiotherapeut.
Ik realiseerde me dat m'n vorige aanraking alweer een maand of acht geleden was: m'n huisarts, die in m'n wreef kneep om te zien of ik last van vocht had.
Oh nee, ik vergat nog de dame bij de prikpoli.
Dat was geloof ik in maart.
Anne was enorm aanrakerig, daar moest ik erg aan wennen in het begin.
Maar eenmaal gewend was het een warm bad, na alle kilte in m'n leven.
In Brabant kwam de enige aanraking van een hulpverlener, die niet meer mocht doen dan een professioneel polsklopje.
Ik was daar zo eenzaam, dat ik dat polsklopje gewoon niet verdragen kon en op een gegeven moment gezegd heb: "doe dat maar niet. Het maakt het gemis nog schrijnender".
Als klein kind kon ik aanraking slecht verdragen.
Ik vond knuffels doodeng en kon extreem schrikken als ik onverwacht aangeraakt werd.
In mijn beleving deed het pijn.
Dat werd niet begrepen.
Dus bleven de knuffels voorgoed weg.
Nu weet ik dat het door m'n hoogsensitiviteit kwam.
Het verlangen was er echter wel.
Ik keek toe hoe mijn zusje, die een echte knuffelkont was toen ze klein was, geknuffeld werd, terwijl ik zelf niet meer aangeraakt werd.
Mijn moeder was niet knuffelig, mijn vader was extreem consequent.
Wilde je iets een paar keer niet, dan kreeg je het ook nooit meer.
Inmiddels ben ik dus allang niet meer wars van aanraking, maar het is er niet.
Daar wordt je ziek van.
https://herseninstituut.nl/nieuws/aanraking-blijkt-goed-voor-geestelijke-en-lichamelijke-gezondheid/



























