Het is er dit jaar nog niet veel van gekomen om op zondag te gaan fietsen.
Ik was of te ziek, of te moe, of het regende (ja heus) of bloedheet.
Nu ik zag dat de temperatuur alweer omhoog schiet, besloot ik dus om vandaag maar even een frisse neus te halen.
Geen grote, want ik ben nog steeds niet fit.
Maar even naar het honingkastje van Lisa tegenover de Bootsman.
Lisa is duur, ze heeft maar één volk, maar haar honing is erg lekker en haar potjes zijn altijd cadeautjes om te zien.
Soms koopt ze nog wat bij van een grote imker uit de omgeving.
Zijn honing smaakt anders, ook prima, maar er zit volgens mij meer paardebloem in.
Lisa is al jong begonnen een paar jaar geleden.
Ze heeft 1 volk, dus haar honing is gauw op.
Maar zelfs als het niet haar honing is dan gun ik haar de klandizie.
Maar dat is me vandaag even te ver, dus besluit ik links het bos in te gaan, de weg die ik laatst nam toen ik die fijne grote campingstoel ging ophalen.
Zo ver ging ik vandaag niet.
Daartegenover staan lange banken.
Daar ben ik lekker in de schaduw gaan zitten.
Mensen kijken.
Veel toeristen, ook boeren met enorme ladingen hooi achter of voor de trekker.
Een vrouw op de fiets riep naar me: "Wat heerlijk he".
En ik riep terug: " Nou zeker!".
Wat woon ik toch in een prachtige streek.
Nou dat heb ik geweten.
Het eerste stuk was een stevig breed onverhard pad door het bos.
Dat ging prima, maar daarna werd het één lang hotseknots karrespoor.
Zelfs in de hoogste ondersteuning liep ik af en toe vast.
En wel vier keer riep Google dat ik linksaf moest, maar dat waren overwoekerde, duidelijk allang in ongebruik geraakte wandelpaadjes met een paal ervoor.
Wat was ik blij toen het pad een asfaltweg kruiste.
Daar ben ik gauw op afgeslagen.
Alles bij elkaar maar elf km op de teller.
Een stuk minder dan een paar maanden geleden en mijn streven van 30km ga ik dit jaar nog niet halen.




























