Wie de moeite wil nemen om dit te lezen, zal misschien, heel misschien een heel heel heel klein beetje begrijpen hoe ik me voel:
Wat-als-je-niet-meer-kunt-meedoen?
Bij mij werd indertijd botweg gezegd dat ik goed moest begrijpen dat ik een last voor de maatschappij was, zoals ik was.
Alsof je expres ziek wordt?
Ze zetten je op de bank, afgedankt, zonder restwaarde en niemand die je vertelt wat je met de rest van je leven aan moet.
100% afgekeurd en alleen maar dichte deuren.
En scheve ogen van de buitenwereld, want er is niets aan je te zien.
Van het UWV krijg ik al jaren van die krantjes met popiejopieverhalen van geslaagde afgekeurden (wrijf het er maar weer in), maar waar nooit een eerlijk verhaal staat over de keerzijde van de medaille.
Dit verhaal geeft de rauwe werkelijkheid weer.
Ik zou de titel van het artikel liever hebben genoemd:
"Wat als je niet meer mee mag doen?"
Want ieder mens heeft waarde.
En het verlies van je gezondheid zou je niet waardeloos moeten maken.
dinsdag 31 januari 2017
maandag 30 januari 2017
Tunische basissteek achter
Het werd een plankje deze steek van week 5.
Eigen schuld, omdat ik de hele rol met dezelfde naalddikte doe.
Maar zo kun je wel goed zien wat een steek voor invloed heeft op de maat.
Ik betwijfel of ik na dit avontuur nog ooit een tunische haaknaald aan zal raken, maar mocht het zo zijn, dan zal ik zeker voor een glad niet harend garen kiezen.
donderdag 26 januari 2017
Ruimen, griep en halffabrikaten
Het nadeel van een kwakkelgriepje is dat je niet ziek genoeg bent om onder de wol te kruipen en te ziek om wat te gaan doen.
Het bankhangenben ik na 2,5 week knap zat, dus probeer ik stapje voor stapje m'n atelier uit te ruimen.
Dat zijn steeds kwartiertjes, maar er zit beweging in.
In een hoek van de kamer zit onder de trap een kast, waar ik zelden in kijk omdat er vanalles voor staat.
De laatste jaren heb ik er nogal eens een doos of tas vol nog op te ruimen spullen ingeschoven als ik het voor het zicht netjes wilde hebben.
Die kast heb ik de afgelopen dagen leeggehaald.
En nu maak ik stapeltjes.
Er staan twee vuilniszakken naast me en een rijtje mandjes op de salontafel.
De mandjes vertegenwoordigen elk een deel van het huis: berging, keuken, boven, huiskamer en atelier.
De ene zak is voor afval, de andere vul ik voor een dorpsschooltje van een naburig dorpje.
En op mijn grote rode stoel verzamel ik spullen die ik wil verkopen.
Door de "griep" gaat het niet snel, dus zit ik nu omringd door een gigantische bende.
Ik kom ook verrassingen tegen, zoals een tas vol ritsen, en nog een tas vol zelfgemaakte tasjes, een zak vol houten eieren met een gaatje, mijn meer dan dertig jaar oude rotringpennen die vast niet meer te ontstoppen zijn en een bowlingpion of hoe zo'n ding ook heten mag.
En halffabrikaten.
Soms heb ik nog wel een idee van wat ik er ooit mee van plan was.
Zoals met deze gehaakte wollen worstjes.
Ik had heel lang geleden het plan om er een wandversiering mee te maken, maar ik had niet genoeg garen.
En dan deze raadselachtige lapjes.
Vierkantjes in verschillende maten, waar op ik ijverig de er al opgedrukte figuurtjes nageborduurd heb.
Waarom?
Ik heb echt geen idee.
Wat doe ik ermee?
Heel veel yoyohartjes die ik binnen vijf minuten al verkocht had.
En op marktplaats staan een grote zak pomponnetjes en een nog grotere zak gehaakte bloemen.
Nu is het tijd om weer even een uurtje te gaan bankhangen.
Het bankhangenben ik na 2,5 week knap zat, dus probeer ik stapje voor stapje m'n atelier uit te ruimen.
Dat zijn steeds kwartiertjes, maar er zit beweging in.
In een hoek van de kamer zit onder de trap een kast, waar ik zelden in kijk omdat er vanalles voor staat.
De laatste jaren heb ik er nogal eens een doos of tas vol nog op te ruimen spullen ingeschoven als ik het voor het zicht netjes wilde hebben.
Die kast heb ik de afgelopen dagen leeggehaald.
En nu maak ik stapeltjes.
Er staan twee vuilniszakken naast me en een rijtje mandjes op de salontafel.
De mandjes vertegenwoordigen elk een deel van het huis: berging, keuken, boven, huiskamer en atelier.
De ene zak is voor afval, de andere vul ik voor een dorpsschooltje van een naburig dorpje.
En op mijn grote rode stoel verzamel ik spullen die ik wil verkopen.
Door de "griep" gaat het niet snel, dus zit ik nu omringd door een gigantische bende.
Ik kom ook verrassingen tegen, zoals een tas vol ritsen, en nog een tas vol zelfgemaakte tasjes, een zak vol houten eieren met een gaatje, mijn meer dan dertig jaar oude rotringpennen die vast niet meer te ontstoppen zijn en een bowlingpion of hoe zo'n ding ook heten mag.
En halffabrikaten.
Soms heb ik nog wel een idee van wat ik er ooit mee van plan was.
Zoals met deze gehaakte wollen worstjes.
Ik had heel lang geleden het plan om er een wandversiering mee te maken, maar ik had niet genoeg garen.
En dan deze raadselachtige lapjes.
Vierkantjes in verschillende maten, waar op ik ijverig de er al opgedrukte figuurtjes nageborduurd heb.
Waarom?
Ik heb echt geen idee.
Wat doe ik ermee?
En op marktplaats staan een grote zak pomponnetjes en een nog grotere zak gehaakte bloemen.
Nu is het tijd om weer even een uurtje te gaan bankhangen.
woensdag 25 januari 2017
maandag 23 januari 2017
Tunische weefsteek en een doosje uit het verleden
Week vier alweer van het Tunisian adventure.
Ik snapte weinig van de beschrijving dus moest ik er uit komen met de fotos.
Die ik, omdat ik links haak, dan ook nog moest spiegelen in mijn hoofd.
In het begin trok het helemaal scheef.
Doordat het garen harig is zag ik het eerste lusje waar ik in moest steken over het hoofd.
Dit keer geen last van kramp of dooie vingers gehad dus het begint te wennen.
Op zolder liep ik tegen een doosje geborduurde halffabriekaten aan.
Nog stammend uit de tijd dat ik hoopte van tassen maken mijn beroep te maken.
Ik borduurde klepjes voor gsm hoesjes.
En in die tijd deed ik het meteen goed.
Restjes aftelbare stof en verloopsplitzijde gingen mee op vakantie en ik borduurde door tot alles op was.
En toen verdween mijn droom en kreeg je IPads en zo.
En de hoesjes werden nooit gemaakt.
Het doosje vol geborduurde vierkantjes verdween naar zolder.
Een paar jaar geleden maakte ik er al eens een biscornu van.
De rest raakte weer in de vergetelheid.
Gisteravond kwam ik het weer tegen.
Er moet toch iets leuks mee te verzinnen zijn!
donderdag 19 januari 2017
Breien en broddelen
Latvian-sampler week hoeveel ook al weer inmiddels?
Leuk patroontje, maar ik maakte in het begin een loei van een fout, die ik natuurlijk pas ontdekte toen ik bijna klaar was.
Te groot om te laten zitten.
Dus heb ik hem twee keer gebreid.
Het zal wel door het "griepje" komen dat maar niet wil wijken.
En in het kader van lelijk mag:
"The dog that went to heaven".
De figuurtjes kwamen vanzelf tevoorschijn uit de print.
dinsdag 17 januari 2017
Ik snap er geen moer van
Onze gemeente bestaat uit vier kernen.
Een gehucht, een klein dorpje en twee grotere dorpen.
Tussen die twee laatste hangt "iets", waar ik niets van begrijp.
Een soort verongelukte rivaliteit in minder zijn.
Het gaat altijd over te kort komen.
Zo is er in beide dorpen een zwembad.
Dat is best luxe vind ik.
In mijn vorige woonplaats moest ik daarvoor naar een nabijgelegen stad.
Maar daar denken ze hier heel anders over.
Het oudste zwembad in het grootste dorp wordt nu vervangen door een nieuwe.
En daar wordt in het andere dorp met afgunst naar gekeken.
"Alles gaat altijd naar hen", is een gevleugelde kreet.
Als ik verbaast zeg:"maar jullie hebben toch een mooi zwembad?", slaat de vlam in de pan.
"Wij hebben helemaal geen zwembad!!!!. Dat is van van der Valk".
Ik snap er helemaal niets van.
Ja het is van het hotel, maar wordt gebruikt door iedereen.
Er wordt zwemles gegeven, je kunt er baantjes trekken en vrij zwemmen.
En de prijzen zijn hetzelfde.
Het is een prima modern zwembad.
Heel anders dan het sterk verouderde en in verval rakende zwembad in het grootste dorp.
Als ik het er later nog eens met iemand over praat krijg ik een verbaasde reactie.
Want het is toch logisch?
Het zwembad in het eerste dorp is van de gemeente en dus "van ons" het andere zwembad is van het hotel, dus "niet van ons".
Ik snap er geen moer van.
Een gehucht, een klein dorpje en twee grotere dorpen.
Tussen die twee laatste hangt "iets", waar ik niets van begrijp.
Een soort verongelukte rivaliteit in minder zijn.
Het gaat altijd over te kort komen.
Zo is er in beide dorpen een zwembad.
Dat is best luxe vind ik.
In mijn vorige woonplaats moest ik daarvoor naar een nabijgelegen stad.
Maar daar denken ze hier heel anders over.
Het oudste zwembad in het grootste dorp wordt nu vervangen door een nieuwe.
En daar wordt in het andere dorp met afgunst naar gekeken.
"Alles gaat altijd naar hen", is een gevleugelde kreet.
Als ik verbaast zeg:"maar jullie hebben toch een mooi zwembad?", slaat de vlam in de pan.
"Wij hebben helemaal geen zwembad!!!!. Dat is van van der Valk".
Ik snap er helemaal niets van.
Ja het is van het hotel, maar wordt gebruikt door iedereen.
Er wordt zwemles gegeven, je kunt er baantjes trekken en vrij zwemmen.
En de prijzen zijn hetzelfde.
Het is een prima modern zwembad.
Heel anders dan het sterk verouderde en in verval rakende zwembad in het grootste dorp.
Als ik het er later nog eens met iemand over praat krijg ik een verbaasde reactie.
Want het is toch logisch?
Het zwembad in het eerste dorp is van de gemeente en dus "van ons" het andere zwembad is van het hotel, dus "niet van ons".
Ik snap er geen moer van.
Abonneren op:
Posts (Atom)









